VOCALISTEN

Over Nienke Otten

De Nederlandse sopraan Nienke Otten heeft de afgelopen seizoenen een groot operarepertoire opgebouwd aan de Duitse operahuizen.

Gastoptredens brachten haar naar de theaters van Schwerin, Aken, Görlitz, Augsburg, Braunschweig en Koblenz, waarbij zij diverse rollen zong (o.a. Sophie (Der Rosenkavalier), Pamina (Die Zauberflöte), Michal (Saul) en Drusilla (L’Incoronazione di Poppea)).

Van 2014 tot 2019 was zij als soliste verbonden aan het theater in Bielefeld en vertolkte daar rollen als Atalanta (Xerxes), Pamina (Die Zauberflöte), Ännchen (Der Freischütz), Adina (L’Elisir d’Amore), Giulia (La Scala di Seta), Lisa (Dog Days), Woglinde (Das Rheingold) en Gretel (Hänsel und Gretel).

Operarollen in Nederland omvatten Ksenia in Boris Godunov (Mussorgsky), Gretel in een Nederlandse hertaling van Hänsel und Gretel (Humperdinck), Norina in Don Pasquale (Donizetti) en Poppea in MonteverdISH, een bewerking van L’Incoronazione di Poppea (Monteverdi), in een co-productie van VocaalLAB en dansgezelschap ISH. Naast een tournee door Nederland programmeerde het Konzerthaus in Berlijn een gastoptreden van deze productie.

In het Grachtenfestival was Nienke te horen in de Nederlandse première van Die Flut en Abstrakte Oper (Boris Blacher) en als Silvia (L’Isola Disabitata, Haydn) in een co-productie met Opera Trionfo. Bij Muziektheater Hollands Diep werkte zij mee aan de voorstellingen Tranen van Bach en Lijfmotetetten (co-productie VocaalLAB). Bij Holland Opera zong zij de titelrol in de kinderopera Het meisje met de zwavelstokjes.

Ook bij Opera Nijetrijne in Friesland was ze meermaals soliste, zo ook bij hun allerlaatste productie in 2026 (Konstanze in ‘Ontvoering of Bevrijding’).

Nienke treedt tevens in binnen- en buitenland regelmatig op als soliste op het concertpodium. Tot haar repertoire behoren o.a. Bachs Passionen, Weihnachtsoratorium en vele cantates, Gloria (Vivaldi), Stabat Mater (Pergolesi/Boccherini), Te Deum en Messiah (Händel), Krönungsmesse en Mis in c (Mozart), Requiem (Fauré), Stabat Mater (Poulenc), Ein Deutsches Requiem (Brahms), Carmina Burana (Orff) en Elias en Paulus (Mendelssohn).

In Nederland werkte zij samen met dirigenten als Matthew Halls, Jos Vermunt, Ton Koopman, Hans Leenders, Peter Robinson en Vincent de Kort, en orkesten als het Residentie Orkest, Residentie Bach Ensembles, Florilegium Musicum, Amsterdam Baroque Orchestra, Limburgs Symfonie Orkest en het Noord Nederlands Orkest.

Nienke behaalde haar Master aan het Koninklijk Conservatorium bij Sasja Hunnego. Aan de afdeling Oude Muziek (Minor) studeerde ze eveneens bij Peter Kooij en Michael Chance. Na haar studie werd ze door Margreet Honig gecoacht.

Masterclasses en privélessen volgde ze bij o.a. Helen Donath, Christiane Iven, John Norris, Emma Kirkby, Jard van Nes, Ann Murray en pianisten Malcolm Martineau en Rudolf Jansen.

Nienke ontving meermaals beurzen van het Staetshuys Fonds en de Dullertsstichtung.